Doelgroep

Het praktijkonderwijs leert jongeren tussen 12 en 18 jaar vaardigheden die hun maatschappelijk functioneren ten goede komen op een arbeidsplaats, thuis én in hun vrije tijd. Leerlingen komen voor het praktijkonderwijs in aanmerking wanneer zij een leerachterstand boven de 50% hebben op 2 van de 4 domeinen( inzichtelijk rekenen, begrijpend lezen, technisch lezen of spelling). Hier moet in ieder geval of rekenen of begrijpend lezen bij zitten. Leerlingen binnen het praktijkonderwijs hebben doorgaans een IQ tussen 55 en 80. 

Ons uitgangspunt

De leerling met zijn specifieke hulpvraag is uitgangspunt van onze begeleiding. Op zoek gaan naar talenten van leerlingen en respect voor hun eigenheid staan centraal. Belangrijk is dat leerlingen zich veilig voelen, maar tegelijkertijd ondersteunen we de leerling om zo zelfstandig, weerbaar en zelfredzaam mogelijk te worden. Van belang is ook dat zij, op hun niveau, verantwoordelijkheid leren dragen. Het team ziet erop toe dat leerlingen respect voor elkaar opbrengen, dat zij positief kritisch zijn of worden ten opzichte van zichzelf en de maatschappij.

Visie

Iedere jongere moet de mogelijkheid krijgen om in een veilige, respectvolle en inspirerende omgeving zijn of haar eigen identiteit en talent te ontwikkelen om als zelfstandig burger te kunnen functioneren in de maatschappij. 

Missie

Op de afdeling praktijkonderwijs van het Pius X-College in Bladel voelt een leerling zich bijzonder welkom. Iedereen wordt geaccepteerd en gerespecteerd. In een kleinschalige en veilige setting worden leerlingen omringd door zorg en aandacht. Samen met leerlingen, ouders en medewerkers van school wordt er in een positief en inspirerend leef- en leerklimaat gewerkt aan individuele passies en talenten. Hierdoor wordt iedere leerling op zijn of haar manier in staat gesteld deel te nemen aan de maatschappij.

De volgende vier pijlers geven weer waar we ons als afdeling op richten:

- Wij verzorgen individueel onderwijs, maar wel samen

- Wij zijn als school zorgzaam en betrokken

- Wij werken in een positief leef- en leerklimaat

- Wij werken met de leerling in een betekenisvolle en inspirerende leeromgeving.

Hoe merk je dat de leerling centraal staat?

Leerlingen hebben vanaf leerjaar 1 een Ontwikkelingsperspectief (OPP). In dit OPP staat beschreven aan welke haalbare ontwikkelingsdoelen de leerling de komende periode gaat werken, op school en in een later stadium ook op de stageplaats. De leerdoelen kunnen didactisch en/of sociaal emotioneel van aard zijn. Ook wordt in dit plan duidelijk wat de verwachte uitstroom van de leerling is en hoe hier naar toe gewerkt wordt. Dit OPP wordt op regelmatige basis bijgesteld, aangepast en besproken met leerlingen, ouders en docenten.

Het OPP is leidend voor alle lessen die de leerling gaat volgen en de begeleiding die daarbij hoort. Praktisch betekent dit dat iedere leerling een individueel programma volgt, aangepast aan de wensen en mogelijkheden van de leerling. Samen met leerlingen zijn we altijd op zoek naar mogelijkheden en passie van de leerling, om zo het beste uit de leerling naar boven te halen.

De school en haar medewerkers

De praktijkschool van het Pius X-College is een kleinschalige afdeling. In 2015 volgen 300 leerlingen  een opleiding op de locatie van de Praktijkschool. We beschikken over een eigen school, met eigen buitenruimte. Ruim 50 collega’s zorgen er dagelijks voor dat leerlingen goed onderwijs kunnen volgen. Als team zijn we betrokken en toegewijd. Leerlingen worden gekend en gezien. Belangrijk is dat leerlingen zich veilig voelen op school. Interne experts zorgen voor een optimale begeleidingsstructuur voor leerlingen die extra ondersteuning kunnen gebruiken. Een breed netwerk van deskundigen en specialisten kan, indien nodig, worden aangesproken om de leerling te helpen. 

We werken als netwerkschool. Waar nodig betrekt de school daar externe partijen bij. Dat kunnen werkgevers, gemeenten, rolmodellen en deskundigen op het gebied van didactiek en pedagogiek zijn. De praktijkschool van het Pius X-College staat open voor de wereld buiten de school, gebruikt die omgeving waar nodig, is maatschappelijk betrokken en helpt de leerlingen om in die wereld goed terecht te komen. Voorbeelden hiervan zijn onze samenwerking met Boerderij Natuurlijk en het Lascentrum in samenwerking met het Summa College. Veel praktijkvakken worden verzorgd op de hoofdlocatie in bijv. de technieklokalen en op de boerderij en in de kassen.

Pedagogische verantwoording

Door het scheppen van een positief leef- en leerklimaat halen we samen het beste in de leerling naar boven. We doen dit door de leerling te leren zichzelf te zijn en te accepteren. Behulpzaam zijn, het respecteren van (culturele) verschillen en ruimte geven aan een ander vinden wij belangrijk. Maatschappelijke betrokkenheid en goed burgerschap worden gestimuleerd en maken deel uit van het onderwijsprogramma.

We doen zoveel mogelijk een beroep op de zelfstandigheid en verantwoordelijkheid van de individuele leerling. Van hem of haar wordt een actieve rol verwacht. We richten het leerproces zodanig in dat de leerling optimaal leert (het is uitdagend, stimulerend, maximaal en effectief). Daarvoor is het nodig stapsgewijs haalbare doelen te formuleren en manieren te vinden om die doelen te bereiken.
Voortdurend werken aan de kwaliteit van het onderwijs en de medewerkers van de school is voor ons een vanzelfsprekendheid. We doen dit door middel van (zelf)reflectie, intervisie, scholing en netwerken. Zowel voor de leerling als voor de leerkracht geldt dus dat er een leven lang geleerd wordt.

Op onze afdeling is onderwijs de basis voor de ontwikkeling van het talent wat we als samenleving nodig hebben om verder te komen. Uitgangspunt is de leerling en zijn of haar ontwikkelingsmogelijkheden. De leerling leert binnen een betekenisvolle en levensechte context, waarin talent zich optimaal kan ontwikkelen. Hiervoor is een uitdagend en relevant onderwijsaanbod nodig, maar ook ruimte voor de leerling om te kiezen, zelf het leerproces te sturen en zelf tijd in te delen. Het leerproces is altijd geënt op de passies, de interesses en de mogelijkheden van de leerling zelf: op onze praktijkschool begint het onderwijs met de leerling en niet met de leerstof. We gaan uit van een positieve, aanmoedigende en belonende aanpak, waarbij we de nadruk leggen op wat een leerling juist wel kan of al weet.

Wat doen wij bij lesuitval?

Op de praktijkschool wordt lesuitval tot een minimum beperkt. Door het hanteren van een vast invalrooster kunnen lessen van zieke of afwezige collega’s worden opgevangen door anderen. Er zijn bijzondere situaties waarbij lessen uitvallen, zoals bij leerlingbesprekingen, scholing en plenaire vergaderingen. Ouders worden dan tijdig op de hoogte gesteld.

Wat is de rol van ICT in de klas?

De rol van ICT in de klas is groeiende. Steeds meer methodes bieden mogelijkheden voor een digitale ondersteuning. In de onderbouw krijgen leerlingen les in computervaardigheden en worden er wekelijks reken- en taalprogramma’s gebruikt die individueel per computer door te werken zijn. De school beschikt over een ICT lokaal met ruim 30 computers en ook in ieder klaslokaal bevinden zich minstens 4 Pc’s. Daarnaast kunnen leerlingen gebruik maken van een 60-tal  laptops. Ook in de bovenbouw volgen leerlingen voor een deel een digitaal lesprogramma. Tijdens de lessen rekenen, Nederlands en Engels werkt iedere leerling op zijn of haar eigen niveau.

Mentoraat

De mentor is op de praktijkschool de spil in de organisatie. Iedere leerling maakt deel uit van een mentorklas waarin zij zoveel mogelijk lessen volgen die verzorgd worden door de mentor zelf. De klassen zijn klein (maximaal 16 leerlingen). In de onderbouw hebben leerlingen zoveel mogelijk een vast lokaal ter beschikking. Voor de vaktechnische vakken is een vakdocent beschikbaar.

Leerwegen

In de onderbouw wordt een algemeen individueel programma gevolgd met een uitgebreid lessenpakket. In de bovenbouw krijgen leerlingen de mogelijkheid om een keuze te maken uit zeven vakrichtingen.

(extra) Vakken

Op de praktijkschool is het mogelijk om in de bovenbouw een heftruckcerticaat, een tractorrijbewijs en/of een VCA (Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemers) certificaat te behalen.

Welke overlegsituaties zijn er in de klas/afdeling? (bijv. mentorenoverleg)

Wekelijks vindt er in de klas een mentoruur plaats. Tijdens dit uur gaan mentoren met hun klas in gesprek over belangrijke zaken die spelen in de klas en op school. Daarnaast hebben leerlingen drie maal per jaar een uitgebreid coachingsgesprek met hun eigen mentor. Tijdens dergelijke gesprekken is het IOP en de daarbij behorende persoonlijke leerdoelen leidraad.

Hoe ben je als ouder(s)/verzorger(s) op de hoogte van de schoolactiviteiten?

Maandelijks brengen de mentoren van de onderbouw, bovenbouw en schakelklassen een nieuwsbrief uit met daarin de belangrijkste informatie. Ook de ouderraad draagt bij aan een goede communicatie door middel van het uitbrengen van een aantal speciale nieuwsbrieven per jaar.

Hoe verloopt het contact met de ouder(s)/verzorger(s)?

In de onderbouw wordt ieder schooljaar gestart met een algemene ouderavond. Drie maal per jaar krijgen de leerlingen een rapport mee naar huis. Naar aanleiding van deze rapporten worden ouders uitgenodigd om de voortgang te bespreken. Ook tussentijds worden ouders, indien nodig uitgenodigd om bijzonderheden over hun zoon of dochter te bespreken. Op de praktijkschool is het belangrijk dat de lijnen tussen ouders, leerlingen en school kort zijn. Ook met stagebedrijven, zorginstanties en andere betrokkenen hebben mentoren, intern begeleiders en vakdocenten regelmatig contact.